4. Ik ben het zat!

De R1 wordt alsmaar leuker, de paadjes en weggetjes zijn af en toe verdomde steil, ik moet mijn fiets nogal eens stukjes duwen maar het wordt steeds mooier, dat is meestal zo als het fietsen zwaarder word. Ik ben dan ook in de Harz aangekomen. En eindelijk is het mooi weer, blauwe luchten, witte wolken en een warm zonnetje. Afwisselend bos en glooiende graanvelden. Prachtige oude stadjes met vakwerkhuizen versierd met lange teksten. Het Duitse gezin, ouders en 2 jongens van 15-17 jaar, fietst dezelfde route en zo nu en dan komen we elkaar tegen. We eindigen ook weer op dezelfde camping, nou dan doe ik het nog niet zo slecht. Goslar is ook weer zo’n mooi oud stadje waar ik wel uren kan rondslenteren. Ondanks Covid-19 vind ik het er opvallend druk met vooral Duitse toeristen. Ik vermijd toch liever de drukte en daarmee hopelijk ook dit vervelende virus dus mijn wandeling is een korte en ik klim het stadje weer uit. Langs de flank van de heuvel kijk ik neer op een mooi meer en het dorpje Oker. In Oberoker gaat de R1 doodleuk de trap op met 18% of zo, weliswaar een fietspaadje erlangs maar ik zie me hier meteen onderuitgaan in de modder en rij er graag voor om over de drukke weg. Op de camping in Göttingerode is helaas geen apart tentenveldje en sta ik midden tussen de campers, het is niet anders. Nou ja, voor die ene nacht…

Als ik de hoogtelijnen in de grafiek zie naar Thale zou ik niet denken dat het een zware route is, de klimmetjes zijn echter venijnig en in de plotselinge warmte ook niet makkelijker. Ik ben gelukkig ook niet de enige die het er moeilijk mee heeft. Maar mooi is het er. Kennelijk zijn er 2 R1 routes. Die van de Fietsvakantiewinkel en van mijn gpx gaat noordelijk om Bad Harzburg heen, die in het boekje gaat er zuidelijk langs en daar staan ook alle bordjes. Mijn route is echt mooi, gaat over grof gravel, gras en langs wilde bloemen. Daar komt dan de fietsster met de app van de FvW die blij is dat ze toch nog op een goede route zit, zij miste de bordjes al. Een heel steil stukje en ik zit ook weer op de officiële route, een prachtig mooi pad door het bos. Achter mij wandelt een man naast zijn racefiets omhoog. Hè gelukkig, ik ben niet de enige die moet lopen. Eenmaal boven verontschuldigt hij zich, nee hoor niet te steil maar warm hè!

Ik vind dit stuk echt het mooiste wat ik heb gereden. Bij het kleine riviertje De Ecker passeer ik ook de vroegere grens van West- naar Oost Duitsland, ik ben nu in Sachsen-Anhalt. Midden in het woud een grote open plek met picknicktafels en het ‘Jungborn Harz Parkanlage’. Hmmmm, in elk geval goed voor een picknick. Dan weer mooie plaatsjes als Ilsenburg, Wernigerode en Blankenburg met stevige fietsstukken ertussen. Iedere keer weer anders. Het is hier zo mooi en vredig, amper voor te stellen dat hier ooit zo’n hard regime heerste. Na Blankenburg mag ik dan fijn afdalen naar Thale, een oninteressant dorp dat toeristen trekt vanwege de Hexenstieg. Overal kom ik dan ook heksjes tegen. Ik arriveer bijna tegelijk met het gezin. Ook zij zijn gesloopt en toe aan een rustdag morgen maar helaas, er is alleen voor vannacht nog plek. Daarmee blijken we dan al flink mazzel te hebben. Hoewel alles hutje op mutje staat zijn er ook ruime lege plekken die kennelijk niet benut mogen worden. De meeste houten huisjes zijn leeg want die moeten hier een paar dagen leegstaan voor er weer iemand in mag. Zelfs de oplaadkastjes moeten een paar dagen in quarantaine. Het regime is hier wel heel erg strict. ‘s Avonds om 10u gaat al het sanitair op slot tot de volgende ochtend 8u, om ontsmet te worden. De hele camping is dan aangewezen op precies één toilet! De logica hiervan ontgaat me volledig.

Ik heb wel geluk dat ik op een mooi klein, afgelegen groen veldje mag staan, geen zicht op hutjes en woonwagens. Hier mag alleen een 1- of 2persoonstentje staan en de ruime plekken zijn afgescheiden door boomstammen. Ik heb nog wel een probleempje, na deze nacht móet ik vertrekken, mijn benen willen niet meer en in heel Thale is geen vrij bedje meer te vinden. Voor ik mijn spullen pak en naar de volgende camping vertrek probeer ik het toch nog maar eens en jawel, er is ‘ineens’ een afzegging dus ik kan blijven staan en zolang ik wil. Hmm…, dat ging wel heel gemakkelijk en die 4e plek op het veld is nog steeds vrij. Het gezin heeft geen geluk en moet vertrekken. Mijn buurman fietst de R1 vanuit Berlijn en heeft ook al geen fijne ervaringen met sommige campings die zonder reservering geen fietsers toelaten of zelfs helemaal niet toelaten. De dag erna arriveren hier opnieuw fietsers, zeker 3 koppels begin van de avond, maar ze worden wel weggestuurd. Het zal je maar gebeuren…. Wat een corona perikelen!

Ik geniet van mijn rustdag maar de volgende dag is het weer zover. Het begint al vroeg in de ochtend, zeikregen! De hele dag door! En niet zo’n beetje ook, de camping loopt zowat onder maar gelukkig sta ik wat hoger. Om 3pm klaart het even op, gaat iedereen snel naar de plee en hup, weer regen. Er komt dan ook nog een plotselinge zware storm opzetten die heftig over ons heen zwiept en nog wat extra water over ons uitstort. Om 6u houdt het dan eindelijk op. Ik was min of meer gewaarschuwd en had gisteren al mijn voortent aangekoppeld, dat geeft me heel wat meer bewegingsruimte en het heeft de storm en regen weer goed doorstaan.

Ik ben de regen nu echt heel erg beu. In de laatste 2 weken heb ik zoveel over me heen gehad waardoor ik alsmaar verder op mijn schema uitloop. Het zijn geen buitjes om even te schuilen maar plensbuien van 1-2 dagen lang. Fietsen in Duitsland is erg mooi maar nu ligt mijn doel toch echt ergens anders. Ik besluit dan ook om de trein naar Magdenburg te nemen en vervolgens naar Erkner, de oostrand van Berlijn. Kom ik nog vlak langs Groningen zeg!

Daar vind ik 10km verderop een camping aan de Möllensee waar Paul de scepter zwaait, een stevige aardige kerel, vol getatoeëerd,  met een voorliefde voor motoren en een flinke schaal snoepjes op zijn bureau voor de kinderen. Het is vooral een camping met vaste plaatsen maar aan de rand van het meer is een mooi plekje voor tenten. Hier nauwelijks corona maatregelen. De camping doet me ineens denken aan veel campings in Polen in ’97 toen ik daar ook fietste. Aftandse caravans onder een afdak van ouwe lappen en zeilen, kleurige lampjes  aan de voortent, het was nogal triest om daar met de tent toen tussen te staan. Hier heeft ook elke caravan een dakje maar het ziet er wel beter uit. De volgende ochtend ligt het meer te dampen, het is weer mooi weer!

Mijn laatste dag door Duitsland gaat deels langs een drukke weg, door kleine dorpjes, langs meren, door de Märkische Schweiz en langs grote velden zonnebloemen die met hun bloemen naar de ochtendzon staan gekeerd. Het is heerlijk weer!  Ik daal af naar de Oder en daar aan de dijk ligt een Gästehaus met een kleine camping. Ik meld me aan de toog waar een vrouw met blozende wangen en een niet stuk te krijgen vrolijk humeur me hartelijk onthaald. ‘Wil je misschien nog wat eten? We gaan wel om 6u dicht’. Het is kwart voor 6 en ik heb een ongelofelijke trek in de tomatensoep die op het menu staat. Maar om dat nou met grote snelheid naar binnen te schrokken is ook een beetje zonde. “Mag ik het ook meenemen naar de tent?”. Daar staan genoeg banken en tafels. Nou, dat is helemaal geen probleem. Ik bestel er nog een lekker uitziende huisgemaakte taart bij en 5 minuten later staat alles op een dienblad voor mijn neus. Ik heb best een aardig stukkie gefietst vandaag en ik vertrouw dat blad vol lekkere dingen nu niet toe aan mijn vermoeide handen. Ook dat is geen probleem, ik kom het wel brengen zegt ze, ik kom zo.
En jawel,  even later komt Äntchen het volle blad brengen met de nog dampende soep. Jemig, dat is nog eens Gastfreundlichkeit! En jemig, wat heb ik genoten van die superlekkere tomatensoep, lekker Duits brood erbij, daar knap je nou van op. En lekker op mijn gemakkie. Het sanitair verdient hier geen schoonheidsprijs maar de camping is wel de beste tot nu toe met dank aan de sfeer.

Ook hier landen veel fietsers die van noord naar zuid of van west naar oost (of vv) fietsen. Een Française is in Warschau begonnen en ze waarschuwt me, de Polen zijn chagrijnig en zeggen niks. Nou, dat belooft wat. Maar ja, mijn Pools is beter dan haar Engels en ze vertikt het om Duits te praten. Ik heb haar maar naar Paul aan de Möllensee verwezen :D. Ik neem haar dus niet echt serieus… Voor de goede orde, mijn Pools komt niet veel verder dan dobre en chleb resp, goed en brood 🙂

Langs de vlakke Oder is het nog een slordige 20km en dan fiets ik de brug over en Polen in!

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *