1. Bijzondere ontmoetingen en hoog water

De afgelopen weken heb ik mijn best gedaan om zoveel mogelijk kilometers in de wielen te krijgen om mijn mooie nieuwe karretje door de eerste servicebeurt te loodsen. De Avaghon X29. Zo heb ik en passant weer mooie stukjes van Nederland gezien en zelfs nieuwe fietspaadjes ontdekt niet ver van Amsterdam.

Nu is het dan serieus en ga ik met een volgeladen mooi nieuw karretje op weg naar Oostenrijk en verder. Ik heb de Avaghon, met Pendix, nog niet uit kunnen testen in de heuvels. Mijn planning was om met de Idworx, zonder Pendix naar de Noordkaap te fietsen maar Noorwegen laat ons nog niet binnen. Misschien inmiddels wel maar ik heb een keuze moeten maken en dat werd dan toch Oostenrijk. Andere fiets, andere voorbereiding, andere routes…. het is even stressen maar op 5 juli vertrek ik.

Het Nederlandse deel van de route staat in het teken van nieuwe campings ontdekken en uitproberen. De Pendix heb ik voorlopig niet nodig. Dag 1 is een dag van stevige wind en kleine regenbuitjes, ik word er niet echt nat van. Dat verandert wanneer ik in de buurt van de camping ben. Het stroomt met bakken naar beneden, niet echt een uitgelezen moment om de tent op te zetten. Fort Spion, deel van de Hollandse Waterlinie is een heel leuk kampeerterrein (alleen tentjes, max 10) maar na een tijdje wachten tot het droog gaat worden geef ik het op en neem het aanbod aan om op de slaapzolder op een van de matrasjes te gaan slapen. Vroeger was dit het verblijf van de manschappen, in het fort dus. Heel bijzonder want ik heb nog nooit eerder in een fort geslapen. De douches in het fort hebben een grappig dingetje. Ken je dat, zo’n lekker grote doucheruimte maar hoe hou je je spullen droog? Daar heeft Martijn, de beheerder een slimmigheidje op gevonden. Hier doe je al je spullen in de hangende wasmand en met een katrol hijs je die omhoog, lekker douchen en dan laat je de wasmand weer zakken waarin al je spulletjes nog steeds droog zijn. Grappig, simpel en doeltreffend. ‘s Nachts verlang ik toch naar mijn tentje. Op de slaapzolder is het koud en vochtig en de muggen willen me opvreten.

Fort Spion
Matrasjes op de slaapzolder van het fort
Wasmandkatrol

Op dag 2 heb ik behoorlijk last van de wind, weer volop op kop of kop-zij maar het zijn vooral de vele venijnige windvlagen die me steeds de weg opjagen. Het is wel droog. Totdat mijn tent bijna is opgezet op Klein Groenbergen. Een klein kampeerterrein voor max 8 tenten met grappige zithoekjes. Ook een aanrader. Na de flinke bui die 2 uur duurt komt de zon door en is het genieten van een heerlijke avond bij de tent. Er zijn 4 fietssolisten waarvan 3 vrouwen, top!

Het paard op het veld achter mijn tent weet echter mijn nachtrust te verstoren met het luid kauwen op de struiken. Zo luid dat het wel lijkt of hij zich door de hoge struiken heen vreet. Voor de zekerheid rits ik de tent open om te checken. De struiken staan er gelukkig nog, geen paard te zien, wel te ruiken, gatver die heeft staan schijten… Verder is het een heerlijk rustig terreintje.

Vanuit Leersum fiets ik over mooie dijkjes, steek ik met pontjes de Nederrijn, de Waal en de Maas over, ik kachel over polderweggetjes, langs stoomgemaal de Tuut (de naam doet me denken aan de speelgoedwinkel van Dirruk Tuut in mijn geboortedorp) en overnacht op De Maasakker waar ik de beloofde groeten overbreng, van Ellie voor Ed. Ook een prima terrein.

Amerongen

 

 

 

 

 

 

Hobbelpaadje langs de Nederrijn
Langs de Nederrijn

In Zeeland – nee niet omgereden maar het dorpje heet zo –  kan ik behalve broodjes ook een koffietje scoren. Ik ben niet de enige fietser die dag. Een vrouw die vanuit Noorwegen naar Eindhoven fietst, bijna thuis dus ging me voor, ze is net weg, jammer. Ze schrijft over deze route voor Sweermans. De bakkersvrouw zet het koffietje op een klein tafeltje in de winkel, ik haal er mijn beleg bij en dan komt ze pas echt los. Haar zoon is ook op fietswereldreis geweest en ze laat me heel wat foto’s zien. “Allemaal zand” zegt ze als ze er een paar uit Yazd laat zien. Ik krijg ter plekke bijna heimwee. Het 2e koffietje hoef ik niet te betalen, ze vond het zó gezellig en wat een toeval die fietsers in haar winkel vandaag.

Mooi bospad
Bomenlaantje

Ik zigzag verder door het landschap, Het is eindelijk lekker weer, droog, weinig wind, zonnetje en niet te warm. Mijn karretje rijdt heerlijk licht ondanks een pak bagage. Als ik hem eenmaal aan het rollen heb dan rolt ie wel. Ik begin goed te wennen aan de 28” die opvallend licht rijdt en sneller dan m’n 26”. In Huize Padua bots ik op een kapucijnenklooster getriggerd door de aankondiging van verse sapjes en biologische groente. Terwijl de man een sapje gaat halen zoek ik 2 aardappels uit de kist en leg ze op tafel, die wil ik ook wel meenemen. Maar als ie terugkomt is ie behoorlijk ontstemd en legt de aardappelen terug in de kist. Oeps! Dat is allemaal voor de gasten die hier een maaltijd komen nuttigen in het kader van bezinning, alles voor de bezinning blijft ie maar herhalen. Hij zou ook wel wat meer bezinning kunnen gebruiken denk ik. Na een heerlijk koel en vers glas appelsap en met een flinke zak biologische tuinbonen fiets ik het laatste stukje naar De Biezen waar ik de volgende ochtend wakker word in een prachtig vogelconcert. Weer zo’n mooi stil terrein met luxe badkamers waar ooit de stal was. Mooi zijn de kunstwerken verspreid over het terrein.

Kunstwerk op De Biezen

Wederom door de polder, door kleine dorpjes, weilanden en bossen, langs het Kanaal van Deurne, de Noordervaart en het Afwateringskanaal en nog eens de Maas over met een pontje kom ik op de Raayerhof. Van alle gemakken voorzien maar eerder een boerderijcamping dan een natuurcamping.

Kano in Kanaal van Deurne
De Noordervaart

Na 5 relatief korte dagtochten heb ik weer een paar nieuwe leuke kampeerterreintjes ontdekt en heb ik het ritme van tent opzetten, koken, inpakken, afbreken en opladen weer te pakken.

Mijn tentje op Raayerhof

Ik zet mijn tent voor 2 nachten achteraan op het trekkersveld, een flink stuk lopen van het sanitair. Op zich niet erg behalve als ik middenin de nacht ineens heel erg moet piesen, dan haal ik het gewoon niet. Voor die gevallen heb ik gelukkig een nette oplossing.

Het veld is erg in trek bij fietsers maar vol is het er niet. Iedereen heeft zijn ‘eigen’ picknicktafel. Een andere solo fietsvrouw zet haar tent bij mij in de buurt. We steken de vuist omhoog. Even later hoor ik achter me
“Zeg, fiets jij wel eens in het Twiske?”
Ik weet het meteen! Vorig jaar, begin van de corona pandemie, mooi weer, rondje Twiske, kijken naar de grappige koeien, zij ook en we raakten in een mooi gesprek. Zij gaf me inspiratie in een periode dat ik er beroerd aan toe was. En nu staan we hier! We praten heel wat af.

De volgende dag zijn alle fietsers vertrokken maar Ellis en ik blijven en praten. ’s Avonds komen weer nieuwe fietsers. Onder hen een oud collega, tenminste, dat denk ik of verbeeld ik het me? Niet dus want ze herkent mij, na 15 jaar allebei wat ouder geworden treffen we elkaar in een uithoek van Nederland.

Het is gedaan met de mooie kampeerterreintjes als ik de grens oversteek naar Duitsland. Ik ga de Rur volgen naar Monschau waar ik zal overstappen op de Vennbahn en na een kort stukje via de Lv45 op de Kyllradweg naar Trier. Mooie gravelpaden langs de Rur. Weinig wind, redelijk zonnig en niet te warm, heerlijk fietsweer. Het is zondag dus veel Duitsers op pad, er wordt veel gegroet maar ook verwonderlijk gekeken. Zooooo…. viel Gepäck…. Nach Osterreich? ….. Klasse! Vriendelijke mensen allemaal.

Dammetje in de Rur

Er lijkt soms amper stroming in de rivier, spiegelglad. Totdat er keien of grote takken en halve bomen liggen of een kunstmatig dammetje, dan dendert het water met volle kracht en veel lawaai naar beneden. De route gaat hier al enigszins doch ongemerkt omhoog, hoger dan 80m wordt het vandaag niet. In Jülich zet ik mijn tent op, achter de camperplaats in het Brückenkopfpark. Een beetje een unheimisch gevoel bekruipt me, het sanitair is afgesloten, alleen een kraantje aan de zijkant doet het. Het grote veld is leeg op een andere fietser na, ik ben eerlijk gezegd wel blij dat ik niet de enige ben.

Ik heb net mijn tent opgezet als de beheerder komt aanfietsen. “Der Platz ist zu heute!“
Pardon? Ja, vanwege corona…
Ahaa, daarom is het sanitair gesloten. Ik probeer de man te overreden me voor deze nacht te laten staan en waar moet ik anders toch heen? Nee, er is geen alternatief zucht ook de man. Hij mompelt en zucht nog even door, tja wat nu, want corona he, als hij me laat staan krijgt hij Ärger met de baas. Maar ik heb succes, ik mag blijven maar dan moet ik wel morgenochtend vroeg wegwezen want om 8u half 9 komt de Verwaltung en als die ziet dat ik hier heb gestaan vannacht, nou dan zwaait er wat voor hem. En dan komt hij met een openbaring. “Morgen is der Platz ja wieder geöffnet. Das ist doch doóf!” Ja inderdaad! Maar ik moet wel de 8 euro betalen en het sanitair blijft op slot. Tegen mijn buurman hoor ik hem zeggen dat de Verwaltung om7u half 8 komt 🙂

Ondanks de snelweg die er naast ligt en dankzij de oordoppen heb ik goed geslapen en de volgende ochtend rij ik ruim voor 8u het veld af, een kletsnatte tent ingepakt. Op naar koffie en croissants bij het eerste tankstation 1,5km verderop. Op een muurtje in het vroege zonnetje zit ik een beetje wakker te worden. In de loop van de ochtend vind ik een veld met grote luie banken waar ik al mijn spullen uithang om te drogen. Wat een windje en zon al niet doen. Maar dat was dan ook meteen de laatste zon voor vandaag.

Mooi paadje langs de Rur

Naarmate de route vordert klim ik nu kleine stukjes hoger die niet meer onopgemerkt voorbijgaan. De stroming van de Rur is sterker, de watervalletjes lawaaiiger, de omgeving mooier, de luchten donkerder. Ik kijk nog eens op de weerapp, voor straks kleine buitjes maar voor de komende dagen ziet het er niet best uit. 99% kans op minstens 40-60mm regenwater, dat is best veel. In een helder moment met een vooruitziende blik boek ik een hotelletje 50km verderop.

Ik peddel verder, het gaat wat vaker een beetje op en neer, gravel maakt plaats voor asfalt. Dan ineens een flinke klim voor me en ik besluit voor het eerst op deze tocht om de Pendix aan te zetten. Per slot heb ik daardoor nog een extra 10kg aan mijn fiets hangen. Nou heb ik inmiddels zo’n 1300km met de Avaghon gereden maar de Pendix nog niet getest in de heuvels laat staan met bepakking. Ik schakel terug en zet de batterij op meer vermogen maar ergens gaat er wat mis, of de hele boel blokkeert en ineens moet ik een zware fiets de steile helling opduwen. Niet te beschrijven wat ik toen dacht….

Metertje voor metertje duw ik mijn vrachtje omhoog en zie boven, terugkijkend en compleet buiten adem het bordje met 15%. Ja dat kan wel kloppen! Dat moet dus anders. Bij de volgende 15% gaat het weer mis en mag ik mijn vrachtje weer omhoogduwen. Metertje voor metertje ….. 😡 Halverwege is een vlakker stukje en ik probeer het nog eens voor de volgende 15%. En jáááá het lukt! Op het hoogste vermogen en in de laagste versnelling pers ik er een 400m van 15% uit! Nee, makkelijk gaat het zeker niet. In het voorbijgaan zie ik een kind met stomme verbazing toekijken hoe ik die steile helling opklim met een bepakte fiets, hahaha! Gelukkig, dat hoop ik tenminste, zijn er niet te veel 15% hellingen op mijn tocht. Maar nu ik weet hoe het werkt is het wel plezierig om de Pendix te kunnen gebruiken.

Rurstausee
Langs de Rur
Langs de Rur

Ik heb ondanks mijn vroege start vandaag veel vertraging opgelopen dus ik laat de Pendix lekker aanstaan ook daar waar het niet hoeft of nodig is. De onverwachte hellinkjes – geen 15% meer – kom ik dan ook zonder problemen op.
Eind van de middag arriveer ik bij het hotel. Net begonnen mijn bagage af te laden komt de Reddingsdienst met loeiende sirene de heuvel af en staat ineens naast me. De vader des huizes – het hotel wordt gerund door een familie – is niet goed geworden, een man van in de 80. Gelukkig loopt het goed af en als de diensten zijn vertrokken komt vader even later ook naar buiten.

Nu ben ik inmiddels 5 dagen in dit hotelletje in dit mooie kleine dorpje van veel vakwerkhuizen, ik slaap er zelf ook in een. De eerste nacht al begon de regen, tot de volgende ochtend, er was al zoveel gevallen dat ik blij was dat ik niet in de tent zat. Niet wetende wat er nog zou komen. Dinsdag overdag was het vochtig en koud maar het regende niet erg veel, af en toe een bui. Ik twijfelde al of ik niet beter had kunnen vertrekken. Tot de namiddag. Stromende regen, onophoudelijke stromende regen, tot donderochtend. Buiten ziet het zwart. Tegen die tijd is de Eifel een ravage geworden. Rivieren groot en klein zijn buiten hun oevers getreden. Met volle kracht dendert het water door de straten, huizen kapot, bruggen kapot, wegen gespleten of er een aardverschuiving heeft plaatsgevonden, zelfs vrachtauto’s worden meegesleurd alsof het speelgoed is. Een dorpje in de bocht van de rivier, het water is er dwars overheen gegaan, denderde dwars door de huizen heen. Het kwam zo snel en zo plots dat de mensen, de bewoners geen tijd hadden hun spullen of zichzelf in veiligheid te brengen. De beelden op TV zijn vreselijk. Mensen zitten op hun daken te wachten, de stroming is te snel om ze per boot op te halen. Een brandweerman die net nog mensen heeft gered wordt nu zelf meegesleurd door de stroming, de een is eruit gevist, de ander omgekomen. Meer dan honderd mensen zijn inmiddels omgekomen, 1300 worden er vermist. Stroom is uitgevallen, mensen zitten zonder water en zonder drinkwater, zonder telefoonverbinding, zonder eten, het is een catastrofale ramp. Ik heb beelden van NL gezien, België en Luxemburg, rampzalig maar Duitsland slaat alles, helaas.

Donderdag heeft het overdag nog wel geregend, buien maar niet meer zo heftig. Nu wordt ook de ravage steeds duidelijker. Sommige dorpen zitten nog in de gevarenzone, waar het water nog verder kan stijgen, het moet ergens heen al dat water. Veel mensen zijn geëvacueerd geworden maar soms kwam dat te laat.
Opvallend vind ik de strijdbaarheid van de mensen. Natuurlijk zijn mensen bezorgd over wie wordt vermist, in paniek over de ravage die ze aantreffen, geschokt door de snelheid, geslagen door hun omgekomen collega’s, buren, familie. Maar ik hoor niemand klagen.

Niet alle dorpen en stadjes zijn zo zwaar getroffen. In ‘mijn’ dorpje is het rustig. Kelders zijn wel ondergelopen, sommige zijn hun spullen daardoor verloren, andere kelders worden constant leeggepompt. Af en toe loeit de sirene, de brandweer die uitrukt naar een ander dorp. Het beekje hierachter is een kolkende stroom geworden. Veel beken en kleine rivieren stromen in de Rursee waaraan ook dit dorpje ligt. Het waterpeil is flink gestegen en de aangrenzende camping is geen lolletje om daar te staan. Het is een kinderkanokamp op dit moment en dat is wel erg sneu voor de kids die net vakantie hebben. Maar de Rursee stroomt niet over hoewel daar wel voor werd gevreesd. Er liggen meerdere stuwdammen in deze omgeving en veel rivieren en riviertjes. De Rur is flink gestegen maar minder dan verwacht, vooralsnog. Voor de veiligheid zijn de wegen direct in de buurt afgesloten, de fietspaden dus. De Kyll is buiten zijn oevers getreden, campings zijn ondergelopen en ontruimd. De rivieren die ik zou gaan volgen en de camping waar ik zou staan ware het niet dat ik een gezonde ingeving kreeg om hier te overnachten, een dorpje op 300m hoogte.

Ik zit er dus middenin maar ook weer niet omdat ik er weinig van merk, 10km verderop is er ravage, dat is bizar. Ik kan hier ook nog niet weg, geen bus geen trein, afgesloten fietspaden. Dat is in deze ramp een luxeprobleem.
Ik verblijf in een aardig familiehotel, meer een pension eigenlijk, en ik zit goed. Een uitstekend ontbijt in de ochtend, speciale bakjes liggen klaar voor als je wat wilt meenemen voor de lunch. Ik heb me inmiddels laten verleiden tot ‘halfpension’, dat bestaat nog. In het dorp zijn weinig eetgelegenheden die vooral vleesgerechten serveren. Behalve het Kebap-Haus, daar heb ik de eerste avond falafel gegeten maar ik vrees dat daar iets misging want ik ben een paar dagen misselijk geweest en heb nauwelijks gegeten. Dat is weer over en in het hotel is de kok creatief genoeg om ook lekkere vegetarische maaltijden te maken die niet op de kaart staan.

Verder kan het geen kwaad om wat extra uit te rusten, de laatste weken thuis waren erg hectisch. De blaar op mijn voet geneest inmiddels ook, de dikke puist op een andere ongemakkelijke plek is al flink geslonken en de bulten veroorzaakt door de haartjes van de eikenprocessierups jeuken niet meer en zijn zo goed als verdwenen.

Vandaag is dan eindelijk de zon doorgebroken, iedereen is er aan toe en ook opgelucht. Ik ga het vervolg van de Ruruferweg zonder bagage eens checken of die open is. En ik ben ook opgelucht want die is goed te fietsen, af en toe wat nat en vuil maar minder dan ik dacht. Het hoge gras is overal geplet door de hevige regens en het fietspad is ergens geblokkeerd door een een omgevallen boom. Eromheen lopen met een bepakte fiets is geen optie, het is een en al natte boel, ik zak er zo in weg met mijn voet. Gelukkig is er een alternatief een stukje terug en goed dat ik hier net met een volle fiets ben gestrand

Het meer is hier deels buiten de oevers getreden maar dat is vooral aan de andere kant. Het water staat aan deze kant nog wel hoog, soms tot aan de straat. Dat is heel wat anders dan een paar dagen terug. Ook de Rur is flink gestegen en een stuk breder ondanks de daling die is ingezet maar nergens gevaarlijk,  niet op dit stuk tenminste. Onderweg hoor ik dat de Vennbahn ok is om te fietsen, van de Kyllradweg is dat nog niet duidelijk. Om uit dit gebied te komen ben ik afhankelijk van de fietsroutes. Morgen kan ik in elk geval weer verder!

Rurstausee voor het ‘Unwetter”
Dorp aan de Rurstausee
Hoogwater in de Rur maar toch al flink gezakt
Nat paadje
Blokkade fietspad
Dorp aan de Rurstausee

 

 

 

 

4. Ik ben het zat!

De R1 wordt alsmaar leuker, de paadjes en weggetjes zijn af en toe verdomde steil, ik moet mijn fiets nogal eens stukjes duwen maar het wordt steeds mooier, dat is meestal zo als het fietsen zwaarder word. Ik ben dan ook in de Harz aangekomen. En eindelijk is het mooi weer, blauwe luchten, witte wolken en een warm zonnetje. Afwisselend bos en glooiende graanvelden. Prachtige oude stadjes met vakwerkhuizen versierd met lange teksten. Het Duitse gezin, ouders en 2 jongens van 15-17 jaar, fietst dezelfde route en zo nu en dan komen we elkaar tegen. We eindigen ook weer op dezelfde camping, nou dan doe ik het nog niet zo slecht. Goslar is ook weer zo’n mooi oud stadje waar ik wel uren kan rondslenteren. Ondanks Covid-19 vind ik het er opvallend druk met vooral Duitse toeristen. Ik vermijd toch liever de drukte en daarmee hopelijk ook dit vervelende virus dus mijn wandeling is een korte en ik klim het stadje weer uit. Langs de flank van de heuvel kijk ik neer op een mooi meer en het dorpje Oker. In Oberoker gaat de R1 doodleuk de trap op met 18% of zo, weliswaar een fietspaadje erlangs maar ik zie me hier meteen onderuitgaan in de modder en rij er graag voor om over de drukke weg. Op de camping in Göttingerode is helaas geen apart tentenveldje en sta ik midden tussen de campers, het is niet anders. Nou ja, voor die ene nacht…

Als ik de hoogtelijnen in de grafiek zie naar Thale zou ik niet denken dat het een zware route is, de klimmetjes zijn echter venijnig en in de plotselinge warmte ook niet makkelijker. Ik ben gelukkig ook niet de enige die het er moeilijk mee heeft. Maar mooi is het er. Kennelijk zijn er 2 R1 routes. Die van de Fietsvakantiewinkel en van mijn gpx gaat noordelijk om Bad Harzburg heen, die in het boekje gaat er zuidelijk langs en daar staan ook alle bordjes. Mijn route is echt mooi, gaat over grof gravel, gras en langs wilde bloemen. Daar komt dan de fietsster met de app van de FvW die blij is dat ze toch nog op een goede route zit, zij miste de bordjes al. Een heel steil stukje en ik zit ook weer op de officiële route, een prachtig mooi pad door het bos. Achter mij wandelt een man naast zijn racefiets omhoog. Hè gelukkig, ik ben niet de enige die moet lopen. Eenmaal boven verontschuldigt hij zich, nee hoor niet te steil maar warm hè!

Ik vind dit stuk echt het mooiste wat ik heb gereden. Bij het kleine riviertje De Ecker passeer ik ook de vroegere grens van West- naar Oost Duitsland, ik ben nu in Sachsen-Anhalt. Midden in het woud een grote open plek met picknicktafels en het ‘Jungborn Harz Parkanlage’. Hmmmm, in elk geval goed voor een picknick. Dan weer mooie plaatsjes als Ilsenburg, Wernigerode en Blankenburg met stevige fietsstukken ertussen. Iedere keer weer anders. Het is hier zo mooi en vredig, amper voor te stellen dat hier ooit zo’n hard regime heerste. Na Blankenburg mag ik dan fijn afdalen naar Thale, een oninteressant dorp dat toeristen trekt vanwege de Hexenstieg. Overal kom ik dan ook heksjes tegen. Ik arriveer bijna tegelijk met het gezin. Ook zij zijn gesloopt en toe aan een rustdag morgen maar helaas, er is alleen voor vannacht nog plek. Daarmee blijken we dan al flink mazzel te hebben. Hoewel alles hutje op mutje staat zijn er ook ruime lege plekken die kennelijk niet benut mogen worden. De meeste houten huisjes zijn leeg want die moeten hier een paar dagen leegstaan voor er weer iemand in mag. Zelfs de oplaadkastjes moeten een paar dagen in quarantaine. Het regime is hier wel heel erg strict. ‘s Avonds om 10u gaat al het sanitair op slot tot de volgende ochtend 8u, om ontsmet te worden. De hele camping is dan aangewezen op precies één toilet! De logica hiervan ontgaat me volledig.

Ik heb wel geluk dat ik op een mooi klein, afgelegen groen veldje mag staan, geen zicht op hutjes en woonwagens. Hier mag alleen een 1- of 2persoonstentje staan en de ruime plekken zijn afgescheiden door boomstammen. Ik heb nog wel een probleempje, na deze nacht móet ik vertrekken, mijn benen willen niet meer en in heel Thale is geen vrij bedje meer te vinden. Voor ik mijn spullen pak en naar de volgende camping vertrek probeer ik het toch nog maar eens en jawel, er is ‘ineens’ een afzegging dus ik kan blijven staan en zolang ik wil. Hmm…, dat ging wel heel gemakkelijk en die 4e plek op het veld is nog steeds vrij. Het gezin heeft geen geluk en moet vertrekken. Mijn buurman fietst de R1 vanuit Berlijn en heeft ook al geen fijne ervaringen met sommige campings die zonder reservering geen fietsers toelaten of zelfs helemaal niet toelaten. De dag erna arriveren hier opnieuw fietsers, zeker 3 koppels begin van de avond, maar ze worden wel weggestuurd. Het zal je maar gebeuren…. Wat een corona perikelen!

Ik geniet van mijn rustdag maar de volgende dag is het weer zover. Het begint al vroeg in de ochtend, zeikregen! De hele dag door! En niet zo’n beetje ook, de camping loopt zowat onder maar gelukkig sta ik wat hoger. Om 3pm klaart het even op, gaat iedereen snel naar de plee en hup, weer regen. Er komt dan ook nog een plotselinge zware storm opzetten die heftig over ons heen zwiept en nog wat extra water over ons uitstort. Om 6u houdt het dan eindelijk op. Ik was min of meer gewaarschuwd en had gisteren al mijn voortent aangekoppeld, dat geeft me heel wat meer bewegingsruimte en het heeft de storm en regen weer goed doorstaan.

Ik ben de regen nu echt heel erg beu. In de laatste 2 weken heb ik zoveel over me heen gehad waardoor ik alsmaar verder op mijn schema uitloop. Het zijn geen buitjes om even te schuilen maar plensbuien van 1-2 dagen lang. Fietsen in Duitsland is erg mooi maar nu ligt mijn doel toch echt ergens anders. Ik besluit om de trein naar Magdenburg te nemen en vervolgens naar Erkner, de oostrand van Berlijn. Kom ik nog vlak langs Groningen zeg!

Daar vind ik 10km verderop een camping aan de Möllensee waar Paul de scepter zwaait, een stevige vriendelijke kerel, vol getatoeëerd,  met een voorliefde voor motoren en een flinke schaal snoepjes op zijn bureau voor de kinderen. Paul neemt geen blad voor de mond, heel verfrissend maar vooral vol humor. Het is vooral een camping met vaste plaatsen maar aan de rand van het meer is een mooi plekje voor tenten. Hier nauwelijks corona maatregelen. De camping doet me ineens denken aan veel campings in Polen in ’97 toen ik daar ook fietste. Aftandse caravans onder een afdak van ouwe lappen en zeilen, kleurige lampjes  aan de voortent, het was nogal triest om daar met de tent toen tussen te staan. Hier heeft ook elke caravan een dakje maar het ziet er wel beter uit. De volgende ochtend ligt het meer te dampen, het is weer mooi weer!

Mijn laatste dag door Duitsland gaat deels langs een drukke weg, door kleine dorpjes, langs meren, door de Märkische Schweiz en langs grote velden zonnebloemen die met hun bloemen naar de ochtendzon staan gekeerd. Het is heerlijk weer, zonnetje en zelfs warm!  Ik daal af naar de Oder en verderop aan de dijk ligt een Gästehaus met een kleine camping. Ik meld me bij de toog waar een vrouw met blozende wangen en een niet stuk te krijgen vrolijk humeur me hartelijk onthaalt. ‘Wil je misschien nog wat eten? We gaan wel om 6u dicht’. Het is kwart voor 6 en ik heb een ongelofelijke trek in de tomatensoep die op het menu staat. Maar om dat nou met grote snelheid naar binnen te schrokken is ook een beetje zonde. “Mag ik het ook meenemen naar de tent?”. Daar staan genoeg banken en tafels. Nou, dat is helemaal geen probleem. Ik bestel er nog een lekker uitziende huisgemaakte taart bij en 5 minuten later staat alles op een dienblad voor mijn neus. Ik heb best een aardig stukkie gefietst vandaag en ik vertrouw dat blad met lekkere dingen nu niet toe aan mijn vermoeide handen. Ook dat is geen probleem, ik kom het wel brengen zegt ze, ik kom zo!
En jawel,  even later komt Antje het volle blad brengen met de nog dampende soep. Jemig, dat is nog eens Gastfreundlichkeit! En jemig, wat heb ik genoten van die superlekkere tomatensoep, lekker Duits brood erbij, daar knap je nou van op. En lekker op mijn gemakkie. Het sanitair verdient hier geen schoonheidsprijs maar de camping is wel de beste tot nu toe met dank aan de sfeer.

Ook hier landen fietsers die van noord naar zuid of van west naar oost (of vv) fietsen. Een Française is in Warschau begonnen en ze waarschuwt me, de Polen zijn chagrijnig en zeggen niks, vreselijke mensen! Nou, dat belooft wat. Ik neem haar niet echt serieus want ik herken dat beeld helemaal niet na een paar maal eerder in Polen.  Maar ja, mijn Pools is beter dan haar Engels en ze vertikt het om Duits te praten of eender welke taal anders dan het Frans. Ik heb haar maar naar Paul aan de Möllensee verwezen :D.  Voor de goede orde, mijn Pools komt niet veel verder dan dobre en chleb resp, goed en brood 🙂

Langs de vlakke Oder is het nog een slordige 20km en dan fiets ik de brug over en Polen in!

 

3. Regen, regen, regen maar ook zonneschijn

Door mijn rugblessure en de vele regens raak ik achter op mijn schema. Niet dat ik een van-dag-tot-dag schema heb maar Duitsland en de R1 was vanaf het begin een doorgangsroute naar de Baltische landen, niet om er lang te blijven hangen wat nu noodgedwongen wel gebeurt. Op het vlakke gaat het nog maar zodra het heuvelachtiger wordt trekt mijn rug niet meer dan 40km waarna ik eerst een tijdje krom sta voor ik weer wat kan lopen. En als ik even moet duwen, ‘schieben’ zoals de Duitsers dat hier zeggen, kom ik daarna nog amper de fiets weer op en is het tijd om te kappen voor die dag.

De stevige westenwind werkt wel grotendeels in mijn voordeel maar ook die regen iedere keer! De buien duren een halve of hele dag of langer, ook de Duitsers weten niet wat hen overkomt. En geen miezerbuitjes maar plensbuien! Het is ook koud en ik ben blij dat ik een warme slaapzak heb meegenomen en warme kleding voor de kille avonden.

Zo moet ik dus op zoek naar alternatieve accommodatie en dat heeft ook wel weer z’n charme. Op de R1 wordt het alleen maar mooier en intussen ook heuvelachtiger door het Teutoburgerwald.

Ik fiets door dorpjes en stadjes met veel oude vakwerkhuizen die in WOII gelukkig gespaard zijn gebleven. De klimmetjes worden steiler en zo hier en daar zitten heel venijnige kuitenbijters zodat ik mijn fiets omhoog moet duwen. Een keer doe ik dat op de baan en niet op het hobbelige fietspad ernaast. Prompt roept een vrouw vanuit een passerende auto “da gibt es eine Fahrradweg!”, het klinkt niet echt vriendelijk. Duitsers vind ik aardige mensen maar je moet niet op hun plekje komen.

Op camping Furlbach hebben ze gelukkig een slaapton waarin ik kan overnachten, best leuk eigenlijk. En fijn ook want de volgende dag niet alleen regen maar ook gigantische storm. Pas ‘s avonds klaart het weer op en verschijnt er blauw aan de hemel.

Het weer kan ook zomaar ineens en razendsnel omslaan. Begin ik de dag met droog weer ben ik allang blij. Komt zelfs de zon door, hoera! En zie ik ineens een donderbui achter me hangen die razendsnel dichterbij komt. Geen tijd om te schuilen of zelfs mijn regenjas aan te trekken en voor ik het weet heb ik een nat pak. Bij de volgende naderende bui weet ik wel beter en gaat het regenpak op tijd aan. Komt de zon tevoorschijn en het blauw, zweet ik me een ongeluk en moet het pak wel uit. En pats, ineens is daar weer een plensbui en heb ik wéér een nat pak. Afdalen, supermarkt, regenpak uit, laatste kilometers naar het guesthouse in de zon en pats, wéér een plensbui zodat ik druipend bij het guesthouse in Bad Meinberg aankom.

Maar het welkom kon niet vriendelijker. In Gästehaus Kehne weten ze wat een fietser nodig heeft. In mum van tijd staan alle tassen op de kamer, de fiets in de garage en de verwarming aan, het is immers koud. De verwarming aan in juli, het moet niet gekker worden. En anders wel om je kleren te drogen zegt ze. Op de gang een waterkoker, bekers, koffie en thee. De volgende morgen persoonlijke bediening bij een vurrukkulluk ontbijt met zelfgebakken brood, koekjes en zelfgemaakte mueslikoek. En niet vergeten broodjes klaarmaken voor onderweg hoor! Bij vertrek stopt ze me een zak mueslikoek-brokken toe waar ik de komende dagen nog op kan teren.

Naar Höxter heb ik eindelijk weer eens een droge dag, nou ja tijdens het fietsen dan. Ik ben een stukje van de R1 afgedwaald en heb een mooie route gemaakt terug. Geen bossen vandaag maar verre uitzichten over golvende graanvelden, door kleine stille dorpjes met oude kerken, smalle landweggetjes, een picknick in de zon en steile klimmetjes over een boerenweggetje. De eerste kom ik zelfs zonder te lopen op maar de tweede ligt vol rollende stenen en keitjes, er valt niet te fietsen. En net als ik denk hier moet ik oppassen anders glijden mijn voeten weg, ga ik op mijn snoet! De schade valt gelukkig mee, ik lig niet helemaal onder mijn fiets maar mijn knie is wel een beetje stuk. Niemand die het zag dus mijn eer is niet geschaad. Maar vandaag kan mijn humeur echt niet stuk en na nog wat op en neer zoef ik Höxter aan de Weser in en heb ik een grote hut op de camping. Het lukt me dan nog net om boodschappen te doen in het droge voor de regen weer losbarst. Tussen de buien door kan ik dan ook nog mijn potje koken.

Höxter is een kruispunt van fietsroutes van west – oost en noord – zuid (en vv). Vorig jaar was ik hier ook toen ik langs de Weser fietste. Ik had toen de pech om een groep luidruchtige en arrogante Fransen te treffen. Deze keer tref ik een aardig gezin maar pa is de luidruchtigste snurker die ik ooit heb gehoord. Het geluid komt een beetje in de buurt van een grote stal lawaaiige varkens en een stal vol stevig hinnikende paarden samen. Dat zo iemand überhaupt nog durft te gaan kamperen want kennelijk is het elke nacht raak. Net die nacht slaap ik weer in mijn tentje, gggrrrrr…..

Het opzetten van mijn tent was geen succes voor mijn rug en geen oog dicht gedaan door het gesnurk ondanks de oordoppen, de volgende nacht slaap ik weer in de hut. Overdag bezoek ik het stadje en Schloss Corvey dat ooit een klooster was.  Vooral de schilderingen op het plafond en de enorme bibliotheek vind ik er indrukwekkend. Tienduizenden boeken staan daar! Binnen is het droog, buiten stromende regen, het zal niet. Ik begin het een beetje zat te worden. Het gezin is gelukkig vertrokken en Max is aangekomen. Hij fietst voor het eerst een langere rit, van Berlijn naar Münster en wil wel vaker langere fietstochten maken, nu zijn vriendin nog overhalen. Overigens is de Höxter camping een aanrader. Je kan direct langs de Weser je tent opzetten of naast de overdekte ruimte die heel fijn is bij slecht weer. En de beheerder is een vriendelijke en behulpzame man.

Vanaf de Weser gaat het via Holzminden weer langzaam omhoog, geholpen door de sterke westenwind gaat me dat goed af :). Maar de weg loopt nooit alleen maar recht, met zijwind word ik bijna van mijn fiets geblazen. Gelukkig rij ik op stille landweggetjes, geen gevaar voor mijn slingerend fietsgedrag. Als de wind echt stormachtige vormen aanneemt ben ik gewaarschuwd maar de hoosbui is sneller dan ik. Als die is gepasseerd kijk ik nog eens op de weer-app en zie dat er om 1pm een serieuze plensbui gaat vallen. In het oude centrum van Stadtoldendorf ga ik op een bankje onder een grote boom zitten en wacht op de bui. Mooie plek ook om mijn lunchboterhammen te eten. Om 2pm is er nog geen druppel gevallen, nou dan ga ik maar weer. Net op weg en de lucht ziet plots bijna zwart. Via de supermarkt fiets ik razendsnel naar de dichtstbijzijnde camping, ik wist dat die daar was. En net als de tent staat barst de bui weer los voor de rest van de dag. Nou ja, tot 9pm. Mammutcamping wordt door een Nederlands stel gerund en is een offroadpark voor offroad jeeps. Het is vrijdag dus er komen veel weekendgasten. Een heel andere wereld gaat er voor me open. Gelukkig zijn er goede regels die ook nageleefd worden, het is rustig op het kampeerterrein zelf. Grappig is het wel. Nette mensen, misschien wel kantoormensen in een net pak stel ik me zo voor, ze trekken een stoere broek aan, stappen in een oude vuile jeep en ze gaan helemaal los in de modder. Ze komen van heinde en ver, de een komt regelmatig, de ander probeert het eerst voorzichtig. Ook voor hen gaat een andere wereld open want een wereldfietser in hun achtertuin hebben ze ook nog niet meegemaakt. En de grootste plus, het is geen ‘dauercamping’, ligt niet aan de snelweg maar aan een bos en sportief publiek. Mijn rug is inmiddels ook weer toe aan een tent, die laatste nacht in de hut deed wonderen.

De volgende dag belooft eindelijk een mooie dag te worden. In de vroege ochtend is het hele veld gehuld in dikke mist en met de eerste zon staat het veld flink te dampen, mooooooiii! De tent is dan ook heel zeiknat!
En een mooie dag is het. En een makkelijke rit met veel afdalen. Via de stadjes Einbeck en Bad Gandersheim waar ik ruim aan de wandel ga. Zoals ik eerder schreef, Duitsland heeft veel striktere regels m.b.t. Covid-19 dan NL. Ik ga het kerkje op de markt binnen, met mondkapje, maak een foto en sta meteen weer buiten. Daar word ik gestopt door de beheerder. Ben ik binnen geweest? Ga ik nog eens naar binnen? Ja, nee. Nou evengoed moet ik mijn naam en telefoonnummer achterlaten! Dat gebeurt hier echt vaker, zelfs op het terras van een tearoom. Ik vind dat niet zo fijn.
In de buurt van Bad Gandersheim vind ik een rustige camping, ik heb het kamperen echt gemist. Op het veldje alleen maar fietsers.

 

 

 

 

2. Wind, regen en rugpijn

Onderweg naar Münster krijg ik regelmatig verbaasde blikken en vooral bewonderende opmerkingen “Helemaal naar Finland?” en “So was habe ich nog niemals gesehen!” en “wie machen sie das, wir sind fast 60, wie alt sind sie?” Was?” Ik neem dit soort uitspraken meestal met flink wat korreltjes zout maar ik geef het doe, het doet me ontzettend goed en mijn humeur wordt er alleen maar beter op en die is al zo goed 😀

Het weer is dan niet zo best maar het is wel droog en de R1 rijdt lekker. Ik maak een ommetje over de Radbahn Münsterland, een glad zoevend fietsasfaltpad, eigenlijk een beetje saai tot Darfeld met het vroegere stationsgebouw en waar de zon dan toch nog doorbreekt. Terug op de route bij Havixbeck die daar het bos induikt. Niks geen asfalt. Door de vele regen is het een kleffe natte boel geworden, grote modderplassen. Het komt zelfs even in me op om een alternatieve route te zoeken. Dan zie ik een droog randje en fiets verder. Totdat het randje ophoudt aan de boomwortels en ik mijn fiets echt door de zompige plas moet trekken naar het droge randje aan de andere kant. Te laat om terug te keren. Zzlup zzzlup zzzzlup…..

Even later is het weer een echt droog bospad, meer een olifantenpaadje dat best goed te volgen is, eensporig soms. Ik vergeet dat ik een pak bagage bij me heb en volg het slingerende paadje. Grappig dat er dan nog steeds fietsbordjes staan, zo maar tussen de bomen lijkt het. Even wordt het link en is het wel heel erg smal langs de boomwortels aan de ene kant en een beekje aan de andere kant, één verkeerde beweging en ik lig erin. Als ik het bos weer uitfiets ben ik bijna teleurgesteld, nu al voorbij, ik ging net zo lekker. Goed voor mijn zelfvertrouwen ook.

Zo zijn er meer mooie bospaden, graspaadjes en ook weer gewone wegen en uiteindelijk fiets ik Münster binnen. Een paar dagen fietsen en ik heb al een flinke hekel aan een grotere stad, op de kortste weg flits ik er doorheen naar de camping aan de andere kant van de stad. Ook hier is niet reserveren geen probleem, voor 17,50 kan ik hier mijn tent wel opzetten. Wat, 17,50?! Nou, dan heb je ‘unsere Zeltwiese’ nog niet gezien. Dat moet dan wel niet wat zijn zeg. (wel…niet…). Het is inderdaad een aardig veldje, een picknickbank en tafel voor iedereen (zoveel kampeerders zijn er nou ook weer niet), bloemetjes hier en daar en een oude pipowagen die is omgebouwd tot nachtverblijf. Oordoppen onontbeerlijk want ik lig achter de snelweg. Voor de douche moet ik er evengoed ook nog een euro inschuiven. En het mondkapje op natuurlijk, zo ruik ik de toiletgeurtjes minder hoewel ze er aan de buitenkant lijken aan te kleven. Gelukkig hangt er ook overal desinfectiemiddel.

Ik zet de tent op tussen twee buien door en ik heb nog een redelijke avondmaaltijd dankzij de broodjes en eitjes die zijn ‘overgebleven’ van de ontbijttafel :D. Er blijkt zelfs nog een snickers in mijn tas te zitten, die dingen komen altijd goed van pas. En de wortels die ik net nog op de markt heb gescoord.

Het heeft flink doorgeregend maar tegen de tijd dat ik opsta is het droog, zwaarbewolkt, fris, harde wind maar droog. Alles zit weer op mijn fiets gebonden als ik als laatste ik weet niet meer wat van de tafel pak en auw! het schiet in mijn rug en de komende minuten kan ik niet meer overeind komen. Neeeee! De rest zal ik hier maar niet herhalen. Uiteindelijk ga ik hinkend naar het toilet om mijn fietsbroek aan te trekken. Onnodig te zeggen hoe belachelijk dat eruit ziet, ineens voel ik me stokoud.

Ik kan maar net mijn been over het zadel krijgen (met hulp van een arm) maar zodra mijn voet op het pedaal staat lukt het me wel om te fietsen. Het is een rustige rit dus ik hoef weinig kracht te zetten maar het op- en afstappen is op zijn zachtst gezegd echt niet fijn en algauw is duidelijk dat kamperen er even niet inzit. Ik fiets langs maisvelden en korenvelden,  langs zwiepende windturbines en langs bosranden, deels verhard deels halfverhard. Stevige wind die doorgaans in mijn voordeel is maar me af en toe een flinke zwieperd geeft naar opzij.

Na zo’n 25km kom ik in het mooie plaatsje Warendorf, mooie vakwerkhuizen en het ligt ook aan de Emsroute. Precies bij het binnenrijden is een biowinkel en een R1 stop of zoiets dus ik dacht ik ga effe zien. Ik kom met moeite van mijn fiets af en zeg ‘hallo’ tegen de mensen daar. “Aahhh” zegt de vrouw die Barbara blijkt te heten, “sie kommen aus Holland!” Hoe weet u dat dan? Nou gewoon, de manier waarop je hallo zegt. Afijn, supergezellig is het en nee, koffie wordt er niet geschonken maar voor deze gelegenheid maakt ze wel een uitzondering. Uit de personeelskantine wordt een flinke mok koffie aangedragen en nee betalen mag absoluut niet! Ik heb een pijnloos plekje op de bank gevonden en wil er het liefst niet meer van af. Barbara vindt het geweldig als ze over mijn plannen hoort. Fietsen is niet echt haar ding maar ze wil wel tot haar 75e de winkel blijven runnen, ze heeft nog 10 jaar te gaan. Ik hoor ook de laatste corona roddels. Gütersloh, niet ver hiervandaan zit op slot vanwege besmettingen in de vleesfabriek en nou heeft de burgemeester van Münster Warendorf ook in de ban gedaan. Aan de auto kentekens is te zien waar iemand vandaan komt en auto’s met WAF die het wagen zich in Munster te vertonen worden domweg vernield. Schande, we zijn buren, dat doe je toch niet!

Mijn rug is een te zware handicap geworden om nog veel verder te fietsen en omdat voorbij Warensdorf de hotelletjes tijdelijk gesloten zijn vanwege Covid-19 slaap ik vannacht hier in een Fewo, Ferienwohnung die erg populair is in Duitsland. De bovenwoning bij bijzonder aardige mensen in een woonwijk is een joekel, compleet met woonkeuken, slaapkamers om uit te kiezen, badkamer, woonkamer met bankstel en televisie, balkonnetje, groter dan mijn eigen woning. Nog één keer klim ik op mijn fiets (zonder bagage) en ga naar de super zodat ik vanavond een riante maaltijd kan maken.

1. Eindelijk kamperen en flamingo’s

1. Eindelijk kamperen en flamingo’s

Zo, hier wat ervaringen en indrukken van de eerste weken. Vertrokken op een hete dag met tegenwind naar kampeerterrein in Zeewolde. Bij Muiden is het fietspad weer opengesteld maar max snelheid voor de fietser is 10km/uur, ze willen het maar niet snappen. De route heb ik dit voorjaar al een paar keer gereden behalve door het bos. Na de saaie dijk is het Hulkesteinse bos een verademing en heerlijk stil, ik wist niet dat dit zo’n mooi bos is. De camping is echt stil, op de 6 velden staat hooguit een handjevol mensen, ik heb het achterste veldje voor mij alleen, het enige dat ik hier hoor zijn de vogels. Jee wat heb ik dit gemist!

De 2e dag is het moordend heet, niet gewend aan zoveel hitte ineens en met stevige bepakking nog steeds met de wind op kop, op en neer over de Veluwe. In Loenen ben ik misselijk van de hitte en blijf een dagje extra, zoveel mogelijk buiten de zon. Heel vanzelf is dat niet want eigenlijk had ik die 2e nacht ook moeten reserveren. Op die extra dag een paar plensbuien waarna het wat afkoelt en hoera! de wind komt voor mij nu heel gunstig uit het zuidwesten. En ook heel leuk, ik kom hier zo maar Frouke tegen die mijn eerste actiefoto maakt.

Nog wat Veluwse heuvels over en dan met een stevige zuidwestenwind zoef ik een stukje langs de IJssel, hobbel door de mooie bossen waar ook de Valkenbelt ligt, langs de mooie Berkel en het laatste stukje polder  naar ‘t Scharvelt in Haarlo. Hier wordt elke fietser nog steeds verwelkomd, wel of geen reservering. Fijne camping met gezellige mensen met hart voor het kampeerleven. Ook hier blijf ik een extra dag, nog even genieten van zo’n heerlijke omgeving, de luxe van een perfecte douche en het simpelweg buitenzijn en slapen in mijn tentje op een natuurterrein. In Borculo bezoek ik het brandweermuseum en stormrampmuseum. In 1925 is in Borculo tijdens een orkaan die nog geen 10 minuten duurde het halve dorp weggevaagd.

 

Door alle gezelligheid kom ik amper weg bij ‘t Scharvelt maar dan gaat het kris kros door de polder naar de grens met Duitsland. Via een olifantenpaadje en grenspaaltje nr. 810 naast het maisveld ben ik dan in Duitsland bij Zwillbrock en de flamingo’s. Wat jammer dat ze zo veraf staan, prachtige dieren!

Ik zit nu op de R1. Vanmorgen was ik al niet bepaald met zonnig weer vertrokken en de lucht wordt alsmaar grauwer, grijzer, bijna zwart en af en toe valt een klein spetterbuitje. Ik neem de kortste weg naar Gescher waar een camping is maar ik neem de waarschuwingen voor lief en duik een hotelletje in. Net op tijd want even later barst een bui los die tot de volgende dag 17.00u duurt, jemig, het komt met bakken uit de lucht. Daarna komt ook meteen de zon tevoorschijn. Te laat om nog te vertrekken. Nu al twee nachten achter elkaar in een hotel was niet echt het plan.

In Duitsland gelden strengere maatregelen i.v.m. corona dan in NL. In alle publieke binnenruimtes moet men een ‘Mund- und Naseschütz’ dragen. In de supermarkt, ook op de straatmarkt trouwens en ook in het hotel. Met een mondkapje op mijn tassen naar boven sjouwen pffft…. toch maar niet 🙂 Ook in de ontbijtruimte moet je dat ding op maar eenmaal aan je tafel hoeft dat niet meer. Ontbijtbuffet: kapje op muesli pakken naar tafeltje kapje af, kapje op broodjes halen terug naar tafeltje kapje af, ojee boter vergeten kapje op boter halen naar tafeltje kapje af, ahja lekker een eitje, kapje op eitje halen terug naar tafeltje kapje af, gelukkig staat het zout op tafel. Dat is toch best even wennen!

Net buiten Gescher staat een groot bord in een hooibaal geprikt ‘zonnebloemen snijden en plukken is gewenst’ met een geldkistje ernaast, voor het goede doel, wat origineel. Maar ik ben of te vroeg of te laat want ik zie geen enkele zonnebloem. Ik had er graag een op mijn fiets gezet.