Een relatief korte vakantie van 3 weken. Iets anders. Maar niet te anders. Niet te dichtbij, niet te ver weg. Niet te veel bergen. Makkelijk fietsen. Asfalt. Kamperen. Relaxed. Warm en zonnig. Europa. Hmmm…. Oekraïne misschien?
Het werd inderdaad Oekraïne, een land met een lange en heftige geschiedenis. Het land waar tijdens Stalins collectivisatie 5 tot 10 miljoen mensen de hongerdood stierven terwijl de schuren tot de nok gevuld waren met graan, de Holodomor 1932-33. Het land waar in WOII miljoenen levens verloren gingen, waar onder de Duitse bezetting een grootschalige jodenvervolging plaatsvond en vele anderen werden geronseld als ‘Ostarbeiter’ of werden ingezet in Hitlers oorlogsmachine. Oekraïne verloor een zesde van de bevolking . Het land ook van de ramp in Tsjernobyl, 1986. Na de val van het communisme verklaarde Oekraïne zich op 24 augustus 1991 onafhankelijk van de Sovjet-Unie.
Nu is het een land van vriendelijke mensen, bloeiende kastanjebomen, geurende seringenbloesems en groene golvende heuvels.
Een echt mooi en leuk fietsland….

De start verloopt vlotjes, vliegen met KLM, fiets ‘adequaat’ verpakt zonder doos, nog geen drie uur later land ik op luchthaven Borispol bij Kiev. Maar dan. Mijn bagage in de knalgele tas ligt al op me te wachten. Waar is mijn fiets? Ik zoek de kleine ruimte af, steek mijn hoofd achter zwarte flappen, trek personeel aan hun jasje. Velosiped? Geen reactie. In een flits schiet het door mijn hoofd, staat mijn fiets dan nog op Schiphol? Help! De dame van de lost & found trekt er tijd en zorg voor uit. Dan zie ik in mijn ooghoeken iets voorbijschuiven. De band is weer gaan rollen en langzaam komt mijn fiets naar me toe, pffff…
Kamerperikelen
Borispol ligt 35km van Kiev, een mooi fietsafstandje. Maar niet als ik gesloopt ben en pas om 6pm aankom. Ik had dus een taxi geregeld en de chauffeur staat me op te wachten. In een lekker zonnetje zoeven we over een stille snelweg naar Kiev. “No speak English’ gaf de chauffeur meteen te kennen. Prima. Ik heb helemaal geen zin om te praten. Het eerste wat in Kiev opvalt zijn de vele groene parken, glimmende uientorentjes, excentriek geklede vrouwen, bloeiende kastanjebomen, deprimerende sovjetflats en McDonalds aan het grote plein van de Onafhankelijkheid. In het gebouw ernaast zit mijn hostel, ook ruim tevoren geregeld. Gisteravond had ik nog een mailtje van ze ontvangen, ze waren verhuisd naar de buren maar ik hoefde me nergens zorgen om te maken. Ik heb uren uitgekeken naar mijn kamertje, een bedje en een tukkie. Dat pakt iets anders uit. Het nieuwe hostel heeft geen eenpersoonskamer, dat waren ze vergeten te melden. Ze waren overigens zes weken terug al verhuisd. Ik kan nu alleen nog terecht op de ‘mixed’. En als ik ergens de pest aan heb dan is het wel de ‘mixed’. Slaapzaal überhaupt. De receptionist doet vreselijk zijn best, geeft me korting en nog eens maar het haalt allemaal niks uit. Nog niet gratis ga ik op de mixed. Een tweepersoonskamer, voor de dubbele prijs natuurlijk, is slechts voor één nacht beschikbaar. Alles uitpakken, alles weer inpakken, alles weer uitpakken…. nee dat gaat niet werken. Nadat de receptionist op mijn verzoek half Kiev heeft afgebeld naar een kamertje en uiteindelijk gevonden gaan fiets en bagage terug de gammele lift in naar beneden. De taxi wordt weer omgebouwd, alle bagage er weer ingeschoven en op naar het volgende hostel. Hier is het zelfs veel leuker maar met een extra detail. De dame in het andere bed die om 10pm uit de kamer zou vertrekken blijkt pas de volgende ochtend om 10am te vertrekken. Oeps. Per telefoon wordt me dat in het Engels vertaald, klein misverstandje. Maar als ik dat wil dan zoeken ze wel een ander hostel hoor voor die dame in kwestie. Jeempig, dat doe je toch niet! Tegen die tijd ben ik te moe om mijn ogen open te houden en val als een blok in slaap
Kiev is de hoofdstad van Oekraïne, een flinke stad van 3-4-5 miljoen inwoners, niemand die het zeker weet. Maar op deze Pinksterdagen is Kiev behoorlijk verlaten. De hoofdstraat is zoals elke zondag deels afgesloten voor autoverkeer en bestemd voor alleen wandelaars. Goh, dat zouden ze in Nederland ook moeten doen! Het is heerlijk weer, blauwe hemel, stralende zon, geen zuchtje wind, 25 graden, perfect. Dat vinden de bruiden ook. De een na de ander komt het plein bij de St. Mikhailkerk op, een bruidegom zie ik niet, wel bruidsmeisjes in zalmkleurige outfits en fotografen.
Oekraïne is een hoofdzakelijk christelijk land, deels katholiek en deels orthodox. Het land is vergeven van kerken en kathedralen met uientorentjes, blikkerig glimmend in de felle zon. Binnen is geen plekje onbenut, het hangt en staat er vol met relikwieën en iconen. Geschilderde heiligenportretjes versierd met stukjes blik. Iconen onder glas op een standaard. Men bidt, raakt het glas aan met het voorhoofd, kust het en poetst het dan weer schoon met een meegenomen doekje. Next! Lange rijen wachtenden.
De Sophia kathedraal is indrukwekkend. Dat denk ik tenminste. Bij de ingang staan de toegangsprijzen op het bord vermeld. Kathedraal: 40 hryvna. Ik heb mijn briefje in de hand maar de lokettiste wil het niet hebben. “Drie hryvna!”. In Russisch. Dat versta ik goed. Ze herhaalt het nog eens, ongeduldig. Goh, dat is goedkoop, wat aardig van d’r. Met mijn kaartje wandel ik het terrein op, op zoek naar de ingang van de kathedraal. Maar hier mag ik mooi niet naar binnen, mijn driehryvna kaartje is namelijk alleen voor het terrein, voor de kathedraal moet ik terug en alsnog een kaartje van 40 hryvna kopen. Nou, lekker dan.

Ik wandel heel wat af in Kiev, blijf nog een dag om uit te rusten, mijn fiets klaar te maken en eten in te slaan voor onderweg.
Bukken!
Op 2e pinksterdag verlaat ik het nog steeds rustige Kiev via een van ‘s lands beste snelwegen in een bijna tropisch zonnetje. Het is even oppassen bij een op- of afrit maar verder zoeft het lekker. In Oekraïne mag je overal fietsen, zelfs op de snelweg. Maar er is dan ook geen alternatief. Voordat ik westelijk naar L’viv fiets wil ik eerst een stukje langs ‘s lands belangrijkste rivier, de Dnjepr, afzakken.
Na 30km snelweg vind ik een mooie binnenweg, een provinciale weg. Deze en zo ongeveer bijna alle wegen in Oekraïne zijn inmiddels honderden keren, zo niet vaker, opgelapt. Een gat, een klont teer, een betonnen rol erover en klaar. Dat resulteert in honderden, zo niet meer, bulten op de weg. Barsten worden niet opgelapt. Het ziet er uit als de gebarsten aarde in de Sahel tijdens de grote droogte. Tijdens de aanleg van wegen wordt het asfalt aan de rand niet goed afgewerkt, het is opgestuwd en heeft rare vormen gekregen. Ondanks het oplappen zit het wegdek vol gaten, slingerasfalt. Vooral aan de zijkanten. Ik fiets zigzaggend over de weg om bulten en gaten te vermijden.
Plotseling doemt een bordje op, jawel, een wit driehoekig bordje met een rode rand en een zwarte driehoek erop, 12%. Daarachter klimt de weg steil omhoog. Oeps. Daar ben ik op mijn eerste dag nog helemaal niet klaar voor! Eigenlijk ben ik daar nooit klaar voor. Afstappen en lopen dus. Ook heuvel nummer twee moet ik oplopen. En heuvel nummer drie. Nog voor ik bij heuvel nummer vier ben slaat het weer plotseling om. Een heftige storm breekt los, de lucht hangt vol met twijgjes die alle kanten op zwiepen, bomen kraken, de wind pakt het land op en zuigt het in grote golven met zich mee. Ik kan nog net meterslange dikke boomtakken ontwijken. Bukken!
Ik ben op het verkeerde tijdstip op de verkeerde plaats en erg kwetsbaar. Maar heuvel nummer vier hoef ik niet te lopen, de wind in de rug drijft me omhoog, ik hou zelfs nog een paar tandjes over. Goddank is de weg kaarsrecht en de wind precies in mijn rug, ik moet er even niet aan denken als de wind uit een andere hoek was gekomen, die had me over de weg of het akkerland in gezwiept. Of tegen een van de vele bomen die hier staan. Intussen fiets ik in de stromende regen. Boven op de heuvel staat een groepje Oekraïense fietsers te schuilen in een bushokje. Het lukt om de weg over te steken en uit de wind kletsen we wat, wisselen adressen uit, maken foto’s en proberen niet al te veel af te koelen in de plotselinge kou. Wanneer de ergste regen voorbij is gaan we verder, elk onze eigen weg. Heuvel nummer vijf hoef ik ook niet te lopen, geholpen door de storm.

Na ruim 80km kom ik in Rzhyschiv dat een hotelletje zou moeten hebben. Zou. De man aan wie ik het vraag doet zijn best, informeert eens hier en daar. Njeto. Geen hotel. Maar 22km verderop wel! Voor ik het dorp definitief verlaat vraag ik het voor de zekerheid nog eens aan een ander. Deze man denkt diep na, krabt zich achter zijn oren, zijn gezicht klaart op, hij draait zich een kwartslag om en wijst dan naar het cafe aan de overkant van de straat. Moest hij daar nou zo lang over nadenken? Het cafe duidt in de verste verte niet op een hotel maar laat ik toch maar informeren. Nee, natuurlijk niet. Tja, dan toch nog maar die 22km want kamperen zit er nu niet in. Op heuvel zes, zeven, acht en negen laat de wind me in de steek, de ene klim nog langer dan de ander, heel veel lopen. Bijzonder is de geur van verse koriander om me heen. Na 105km klop ik uitgeput aan bij een ‘cafe restaurant hotel’ in Kaharlyk.
Eten is er niet, wel een groot bed en een douche op de gang. Alleen, het water in de boiler moet nog worden opgewarmd. Dat duurt en dat duurt… Ik besluit dan maar met hulp van de grote waterkoker zelf een warm badje te maken. De vrouw die verantwoordelijk is voor het douchewater kijkt me stomverbaasd aan. Wanneer de eerste lading heet water in mijn teiltje zit is ook plots het douchewater heet. Met mijn teiltje verdwijn ik in de douche en net als ik met een ingezeept hoofd onder de sproeier sta is het water kokend heet en vervolgens komt er geen drup meer. Ik ren naar de wastafel in het hok ernaast en pers er nog net een beetje koud water uit. Kamperen is gemakkelijker. Gelukkig heb ik mijn teiltje nog…
De 5e is de 4e en de 2e is de 1e
Dag twee begint met stromende regen die na een paar stevige boterhammen en sterke koffie is opgehouden. De storm is er nog. Gelukkig is het niet meer zo steil maar zelfs op het vlakke met deze harde wind op kop kom ik niet snel vooruit. Dikke witte wolken aan een blauwe hemel die af en toe bliksemsnel zwart trekt om er een flinke bui uit te persen. Geen gebrek aan bushokjes om te schuilen en een boterham met Hollandse pindakaas te eten. Slechts eenmaal een nat pak voor ik na 60km beuken in Bila Tserkva aankom. Bij de pomp schrijft men naam en adres van het hotel op een briefje, ik volg het papiertje, ik hoef het slechts te tonen en men wijst mij de goede weg. Het hotel ligt in een gigantische sovjet kolos maar de kamers zijn verrassend comfortabel. Ik heb zelfs een ligbad. Zonder stop. Maar warm water rond de klok. Wat een luxe! De vrouwen, er zijn altijd wel een paar vrouwen aanwezig die de boel in de gaten houden, zijn razend enthousiast dat ik met de fiets ben gekomen en helpen me mijn fietstassen naar boven brengen. Naar de lift, in de gammele lift en naar de kamer. De liftknopjes zijn een beetje in de war, de 5e is de 4e en de 2e is de 1e die voor ons de begane grond is.
Ik kan inmiddels de trap niet meer op of af, knietjes kapoet. Het restaurant haal ik nog net en met een restje Servo-Kroatisch dat ik ooit heb geleerd en een heleboel gebaren bestel ik mijn eerste vareniki. Nationaal gerecht, kleine gestoomde deegenvelopjes gevuld met kool deze keer. Kapusta. Bijna elk Oost Europees en Centraal Aziatisch land heeft zo’n soortgelijk nationaal gerecht elk met een eigen naam en een eigen techniek, pierogi. pelmen, momo, buuz, jiaozi, ik heb er al heel wat gegeten. Als toetje eet ik appel in een deegjasje, gefrituurd. Het eten in Oekraïne is goed! In elk geval vandaag. Essentieel voor een fietser.

Kleine tegenvallertje vandaag is een grote blaar op mijn linkerbil. Het blijft een mysterie hoe dat kon gebeuren maar op dag drie wordt niet gefietst. Terwijl buiten de storm voortraast kunnen binnen mijn kleren drogen en breng ik de dag door met een boek.
Wordt vervolgd…
