2. Wind, regen en rugpijn

Onderweg naar Münster krijg ik regelmatig verbaasde blikken en vooral bewonderende opmerkingen “Helemaal naar Finland?” en “So was habe ich nog niemals gesehen!” en “wie machen sie das, wir sind fast 60, wie alt sind sie?” Was?” Ik neem dit soort uitspraken meestal met flink wat korreltjes zout maar ik geef het doe, het doet me ontzettend goed en mijn humeur wordt er alleen maar beter op en die is al zo goed 😀

Het weer is dan niet zo best maar het is wel droog en de R1 rijdt lekker. Ik maak een ommetje over de Radbahn Münsterland, een glad zoevend fietsasfaltpad, eigenlijk een beetje saai tot Darfeld met het vroegere stationsgebouw en waar de zon dan toch nog doorbreekt. Terug op de route bij Havixbeck die daar het bos induikt. Niks geen asfalt. Door de vele regen is het een kleffe natte boel geworden, grote modderplassen. Het komt zelfs even in me op om een alternatieve route te zoeken. Dan zie ik een droog randje en fiets verder. Totdat het randje ophoudt aan de boomwortels en ik mijn fiets echt door de zompige plas moet trekken naar het droge randje aan de andere kant. Te laat om terug te keren. Zzlup zzzlup zzzzlup…..

Even later is het weer een echt droog bospad, meer een olifantenpaadje dat best goed te volgen is, eensporig soms. Ik vergeet dat ik een pak bagage bij me heb en volg het slingerende paadje. Grappig dat er dan nog steeds fietsbordjes staan, zo maar tussen de bomen lijkt het. Even wordt het link en is het wel heel erg smal langs de boomwortels aan de ene kant en een beekje aan de andere kant, één verkeerde beweging en ik lig erin. Als ik het bos weer uitfiets ben ik bijna teleurgesteld, nu al voorbij, ik ging net zo lekker. Goed voor mijn zelfvertrouwen ook.

Zo zijn er meer mooie bospaden, graspaadjes en ook weer gewone wegen en uiteindelijk fiets ik Münster binnen. Een paar dagen fietsen en ik heb al een flinke hekel aan een grotere stad, op de kortste weg flits ik er doorheen naar de camping aan de andere kant van de stad. Ook hier is niet reserveren geen probleem, voor 17,50 kan ik hier mijn tent wel opzetten. Wat, 17,50?! Nou, dan heb je ‘unsere Zeltwiese’ nog niet gezien. Dat moet dan wel niet wat zijn zeg. (wel…niet…). Het is inderdaad een aardig veldje, een picknickbank en tafel voor iedereen (zoveel kampeerders zijn er nou ook weer niet), bloemetjes hier en daar en een oude pipowagen die is omgebouwd tot nachtverblijf. Oordoppen onontbeerlijk want ik lig achter de snelweg. Voor de douche moet ik er evengoed ook nog een euro inschuiven. En het mondkapje op natuurlijk, zo ruik ik de toiletgeurtjes minder hoewel ze er aan de buitenkant lijken aan te kleven. Gelukkig hangt er ook overal desinfectiemiddel.

Ik zet de tent op tussen twee buien door en ik heb nog een redelijke avondmaaltijd dankzij de broodjes en eitjes die zijn ‘overgebleven’ van de ontbijttafel :D. Er blijkt zelfs nog een snickers in mijn tas te zitten, die dingen komen altijd goed van pas. En de wortels die ik net nog op de markt heb gescoord.

Het heeft flink doorgeregend maar tegen de tijd dat ik opsta is het droog, zwaarbewolkt, fris, harde wind maar droog. Alles zit weer op mijn fiets gebonden als ik als laatste ik weet niet meer wat van de tafel pak en auw! het schiet in mijn rug en de komende minuten kan ik niet meer overeind komen. Neeeee! De rest zal ik hier maar niet herhalen. Uiteindelijk ga ik hinkend naar het toilet om mijn fietsbroek aan te trekken. Onnodig te zeggen hoe belachelijk dat eruit ziet, ineens voel ik me stokoud.

Ik kan maar net mijn been over het zadel krijgen (met hulp van een arm) maar zodra mijn voet op het pedaal staat lukt het me wel om te fietsen. Het is een rustige rit dus ik hoef weinig kracht te zetten maar het op- en afstappen is op zijn zachtst gezegd echt niet fijn en algauw is duidelijk dat kamperen er even niet inzit. Ik fiets langs maisvelden en korenvelden,  langs zwiepende windturbines en langs bosranden, deels verhard deels halfverhard. Stevige wind die doorgaans in mijn voordeel is maar me af en toe een flinke zwieperd geeft naar opzij.

Na zo’n 25km kom ik in het mooie plaatsje Warendorf, mooie vakwerkhuizen en het ligt ook aan de Emsroute. Precies bij het binnenrijden is een biowinkel en een R1 stop of zoiets dus ik dacht ik ga effe zien. Ik kom met moeite van mijn fiets af en zeg ‘hallo’ tegen de mensen daar. “Aahhh” zegt de vrouw die Barbara blijkt te heten, “sie kommen aus Holland!” Hoe weet u dat dan? Nou gewoon, de manier waarop je hallo zegt. Afijn, supergezellig is het en nee, koffie wordt er niet geschonken maar voor deze gelegenheid maakt ze wel een uitzondering. Uit de personeelskantine wordt een flinke mok koffie aangedragen en nee betalen mag absoluut niet! Ik heb een pijnloos plekje op de bank gevonden en wil er het liefst niet meer van af. Barbara vindt het geweldig als ze over mijn plannen hoort. Fietsen is niet echt haar ding maar ze wil wel tot haar 75e de winkel blijven runnen, ze heeft nog 10 jaar te gaan. Ik hoor ook de laatste corona roddels. Gütersloh, niet ver hiervandaan zit op slot vanwege besmettingen in de vleesfabriek en nou heeft de burgemeester van Münster Warendorf ook in de ban gedaan. Aan de auto kentekens is te zien waar iemand vandaan komt en auto’s met WAF die het wagen zich in Munster te vertonen worden domweg vernield. Schande, we zijn buren, dat doe je toch niet!

Mijn rug is een te zware handicap geworden om nog veel verder te fietsen en omdat voorbij Warensdorf de hotelletjes tijdelijk gesloten zijn vanwege Covid-19 slaap ik vannacht hier in een Fewo, Ferienwohnung die erg populair is in Duitsland. De bovenwoning bij bijzonder aardige mensen in een woonwijk is een joekel, compleet met woonkeuken, slaapkamers om uit te kiezen, badkamer, woonkamer met bankstel en televisie, balkonnetje, groter dan mijn eigen woning. Nog één keer klim ik op mijn fiets (zonder bagage) en ga naar de super zodat ik vanavond een riante maaltijd kan maken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *